De eerste dag met een kunstgebit

Uw nieuwe kunstgebit zit de eerste dag waarschijnlijk niet meteen lekker. Het kan klemmen en soms pijn veroorzaken. Toch mag u het niet uit uw mond halen. Omdat uw tandvlees daarna kan gaan zwellen, zal het kunstgebit niet meer goed in uw mond passen.

Nabloeden
De eerste uren na het trekken van uw tanden kunnen de wonden nog een beetje nabloeden. Dat kan uw speeksel rood kleuren. Dit zal vrij snel ophouden. Dan neemt het speeksel ook weer de normale kleur aan. Dat betekent niet dat de wonden helemaal zijn genezen. De eerste 24 uur kunt u ook beter niet spoelen. Er vormen zich namelijk bloedstolsels in de wonden. Als u spoelt, laten die stolsels los en begint het bloeden opnieuw. Drinken mag wel.

Er is een kleine kans dat het bloeden niet overgaat, ondanks de genomen voorzorgsmaatregelen. Waarschuw dan uw tandarts. Neem ook contact op als u pijn houdt. Neem in elk geval niet zomaar een pijnstiller. Sommige pijnstillers kunnen het bloeden juist verergeren. Spreek goed met uw tandarts af wat u de eerste 24 uur wel of niet moet doen.

Voor meer informatie zie trefwoord; ‘van eigen naar kunstgebit’.

Bron: Ivoren Kruis

Speeksel, maagzuur en overgeven

Tanderosie krijgt meer kans als de beschermende werking van speeksel slechter is, onder andere bij geringe speekselproductie. Ook regelmatig opgeven van maagzuur, bijvoorbeeld als gevolg van medicijnen of een ziekte, kan tanderosie veroorzaken.

Zie ook trefwoord: ’tandenpoetsen’, tanderosie’, ‘slijtage’, ‘speeksel’.

Bron: Ivoren Kruis

Waarom is speeksel zo belangrijk?

Speeksel heeft een smerende werking wanneer u spreekt, kauwt en slikt. Met behulp van speeksel kunt u makkelijker bewegen met uw wangen, tong en lippen. Met uw speeksel bevochtigt u voedsel zodanig dat u het pijnloos kunt doorslikken. Ook bevochtigt speeksel het mondslijmvlies, waarmee uitdroging wordt voorkomen. Bovendien heeft het een reinigende werking op tanden, kiezen en het mondslijmvlies. Daarnaast remt speeksel de werking en de groei van bacteriën en schimmels in de mond, waardoor mondinfectie wordt voorkomen.

Zie voor meer informatie het trefwoord ‘droge mond’.

Bron: Ivoren Kruis

Wat is de invloed van eten en drinken op het melkgebit?

In vrijwel al ons eten en drinken zitten suikers en zetmeel. Die kunnen schadelijk zijn voor het gebit. Dat geldt vooral voor kleverig snoepgoed. Bacteriën zetten suikers in de mond om in zuren. Die zuren tasten het gebit aan. Gelukkig heeft speeksel een beschermende werking. Het neutraliseert de zuurinwerking op het gebit. Maar daar is wel tijd voor nodig. Beperk daarom het aantal eet- en drinkmomenten van uw kind tot maximaal zeven per dag. Drie keer een maaltijd en maximaal vier keer per dag een tussendoortje. Geef uw kind liever hartige dan zoete dingen. Probeer uw zoon of dochter niet aan zoetigheid te laten wennen en voeg aan voedsel en dranken geen suiker toe. Geef de voorkeur aan suikervervangers die in lightproducten zitten, maar bedenk dat in lightdranken ook zuren zitten.

Zie voor meer informatie ook het trefwoord ‘melkgebit’.

Bron: Ivoren Kruis

Wat is de rol van speeksel bij tanderosie?

Speeksel beschermt uw gebit tegen tanderosie. Het neutraliseert de zuren uit voedsel en dranken. Sommige medicijnen of bepaalde ziekten kunnen uw speekselproductie remmen. Dan kunt u extra gevoelig zijn voor erosie.

Zie ook trefwoord: ’tandenpoetsen’, ’tanderosie’, ‘slijtage’, ‘speeksel’.

Bron: Ivoren Kruis

Wat zijn de gevolgen van een droge mond voor uw tanden en kiezen?

In een gezonde mond helpt speeksel uw tanden en kiezen te beschermen. Als u onvoldoende speeksel heeft, vormt tandplak zich sneller dan normaal. Hierdoor ontstaan sneller gaatjes in uw tanden en kiezen. Dit gebeurt vooral wanneer u regelmatig suikerbevattend voedsel eet. In een droge mond treedt de vorming van tandplak en gaatjes vooral op langs de randen van het tandvlees. Hierdoor kan bovendien het tandvlees gaan ontsteken. Op den duur kunnen de tanden en kiezen los gaan zitten. Zonder extra beschermende maatregelen kunnen uw tanden en kiezen dus sneller verloren gaan.
Om de gevolgen van monddroogheid te bestrijden, kan iemand op zure snoepjes willen zuigen. Hierdoor bestaat een grotere kans op het ontstaan van gaatjes en tanderosie (slijtage door zuur).

Zie voor meer informatie het trefwoord: ‘droge mond’.

Bron: Ivoren Kruis

Wat zijn de oorzaken van een slechte adem en wat kun je eraan doen?

Voeding, dranken en roken
Wie bijvoorbeeld knoflook, uien of kruiden heeft gegeten, alcohol heeft gedronken of heeft gerookt, kan een onaangename lucht uitademen. Die geur is van tijdelijke aard en kunt u voorkómen of maskeren.

Oplossing:
Om de onaangename lucht te voorkomen, zou u de producten niet moeten gebruiken. Om de nare geuren tijdelijk te maskeren kunt u iets eten of drinken, bijvoorbeeld suikervrije kauwgom of uw tanden poetsen met een verfrissende tandpasta.

Gorgelmiddel, mondspray en tongreiniger

Bacteriën achter op de tong
De bacteriën in de voedselresten op het achterste gedeelte van uw tong produceren zwavel. Dat ruikt onaangenaam. Op ruwe tongen blijven makkelijker voedselresten achter dan op gladde tongen. Iemand met een ruwe tong heeft meer kans op tongbeslag en dus op halitose. Ouderen hebben meer tongbeslag dan jongeren.
 
Oplossing:
Reinig uw tong met een tongreiniger. Schraap in ongeveer vijf keer de bacteriën en het slijm van uw tong af. Hoe verder u achter op uw tong komt, hoe meer u kunt weghalen. Reinig uw tong twee keer per dag, het liefst ’s ochtends en ’s avonds. Onderzoek toont aan dat het reinigen van de tong met een tongreiniger effectiever is dan met een tandenborstel. Levert het tongreinigen onvoldoende resultaten op? Dan is een intensievere verzorging nodig. Soms moet u naast het tongreinigen de bacteriën die uw slechte adem veroorzaken, doden met gorgelmiddelen en/of een mondspray (Halita). Tongreinigers en sprays zijn zonder recept bij uw apotheek verkrijgbaar. Overleg met uw tandarts of mondhygiënist hoe vaak u de tongreiniger of de andere middelen kunt gebruiken.

Plaats de tongreiniger zo ver mogelijk achter op de tong.

Hoe gebruikt u een tongreiniger of -schraper? 

  • Steek uw tong zo ver mogelijk uit uw mond.
  • Plaats de tongreiniger zo ver mogelijk achter op uw tong. Oefen kracht uit op de schraper en druk uw tong plat. Zorg ervoor dat de tongreiniger goed contact maakt met uw tong. In het begin zult u op dit moment kokhalzen. Als u het vaker doet, leert u de reiniger zo te plaatsen dat u een kokhalsreactie tot een minimum beperkt.
  • Trek de tongreiniger langzaam naar voren in uw mond.
  • Maak de reiniger schoon onder stromend water.
  • Herhaal de procedure ongeveer vijf keer.
  • Spoel uw mond goed na met water.
  • Reinig en droog de tongreiniger en bewaar deze tot volgend gebruik.

Ontstoken tandvlees
Soms is ontstoken tandvlees de oorzaak van een slechte adem. Als u de tandplak op en tussen uw tanden en kiezen niet goed verwijdert, heeft u niet alleen een grotere kans op het krijgen van gaatjes, maar raakt ook uw tandvlees ontstoken. Niet verwijderde plak kan hard worden en verkalken tot tandsteen. Aan tandsteen hecht zich makkelijk weer nieuwe plak, waardoor uw tandvlees steeds meer ontstoken kan raken. De bacteriën in het ontstoken tandvlees produceren de onaangename zwavelgeur. Bacteriën in achtergebleven voedselresten tussen uw tanden en kiezen kunnen ook een nare zwavelgeur veroorzaken.

Oplossing:
Poets uw tanden tweemaal twee minuten per dag met fluoridetandpasta. Reinig minimaal eenmaal per dag de ruimten tussen uw tanden en kiezen met tandenstokers, ragers of flossdraad. Vraag uw tandarts of mondhygiënist om een goede poetsinstructie. Het kan zijn dat er ook een uitgebreide gebitsreiniging nodig is door de tandarts of mondhygiënist.

Speekselvervangers

Droge mond
Ook een droge mond kan de reden zijn van een slechte adem. Monddroogheid kan ontstaan door een te geringe speekselproductie of voortkomen uit het ademhalen door de mond. Bepaalde medicijnen hebben een droge mond als bijwerking. Het hierdoor ontstane speekseltekort kan ook een slechte adem veroorzaken.

Oplossing:
Als de speekselklieren nog werken, maar tijdelijk niet goed functioneren, kunt u de speekselproductie stimuleren. Eet lichtzuur voedsel of producten waarop u goed moet kauwen. Denk aan fruit, komkommer, bruine boterhammen, wortels of suikervrije kauwgom. Als medicijnen de oorzaak van uw droge mond zijn, kan uw huisarts of specialist de soort medicijnen, de dosering of het tijdstip van toediening misschien aanpassen. Als de speekselklieren niet meer, of gedeeltelijk werken, kunt u met behulp van zogenoemde speekselvervangers de gevolgen van een droge mond beperken. Vraag uw tandarts of mondhygiënist naar speekselvervangers.

Bron: Ivoren Kruis

Staat uw vraag er niet tussen?